Een eenmalige gentherapie die via een prik in het ruggenmergvocht wordt toegediend, is effectief en veilig voor oudere kinderen met spinale musculaire atrofie (SMA). Dat is de uitkomst van internationaal onderzoek dat pasgeleden gepubliceerd is in Nature Medicine, en waaraan het UMC Utrecht een belangrijke bijdrage leverde. De resultaten zijn hoopvol voor een groep kinderen die tot nu toe geen toegang had tot gentherapie.
Voor heel jonge kinderen met SMA is al enkele jaren een eenmalige gentherapie beschikbaar: onasemnogene abeparvovec, beter bekend als Zolgensma. Deze behandeling wordt via een infuus toegediend. Ouders vinden het heel fijn dat hun kinderen het medicijn maar één keer krijgen. “Dat voelt ook heel anders dan een behandeling die je moet blijven herhalen,” zegt Ludo van der Pol, hoogleraar Neurologie en hoofd van het SMA Expertisecentrum van het UMC Utrecht.
Helaas is gentherapie via een infuus niet veilig voor oudere kinderen. Voor de behandeling wordt een onschadelijk virus gebruikt om het goede gen in de cellen te krijgen. En hoe zwaarder een kind is, hoe meer medicijn hij of zij nodig heeft. Bij grotere hoeveelheden medicijn komen er te veel virusdeeltjes in de lever, wat gevaarlijk kan zijn. Daarom kunnen kinderen die ouder zijn dan ongeveer twee jaar, of zwaarder dan twintig kilo, deze gentherapie nu niet krijgen.
Lever heeft geen last
In de STRENGTH-studie keek het team onderzoekers of de gentherapie Zolgensma veilig is voor oudere kinderen als het direct in het ruggenmergvocht wordt gespoten. Dit gebeurde met één prik. Het onderzoek vond plaats in dertien ziekenhuizen in negen landen en er deden 27 kinderen met SMA van 2 tot 18 jaar aan mee. Al deze kinderen kregen eerder al de medicijnen nusinersen of risdiplam.
Door het medicijn in het ruggenmergvocht te spuiten, komt het meteen bij de zenuwcellen terecht. Daardoor heeft de lever er bijna geen last van. Uit het onderzoek bleek dat de behandeling veilig is. Alle kinderen kregen wel bijwerkingen, maar dat waren meestal lichte klachten zoals koorts, verkoudheid of overgeven. Vier kinderen kregen ernstige bijwerkingen, vooral luchtweginfecties. Geen enkel kind is overleden of moest stoppen met het onderzoek.
Bij de kinderen die behandeld werden, bleef de ziekte stabiel. “Dat klinkt misschien niet heel bijzonder, maar voor deze kinderen en hun ouders is het erg belangrijk,” zegt Ludo. “Het betekent namelijk dat ze geen vaardigheden verliezen.”
De resultaten zijn gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Medicine. Het bedrijf Novartis bereidt nu een aanvraag voor bij het Europese medicijnagentschap EMA om toestemming te krijgen voor deze nieuwe behandeling. In de Verenigde Staten is de behandeling al goedgekeurd en te gebruiken. In Nederland is het pas op z’n vroegst in 2027 zover, omdat het proces veel tijd kost.
